Onderstaande bijdrage is van een externe partij. De redactie is niet verantwoordelijk voor de geboden informatie.

AED onderhoud: de blinde vlek in facilitair beleid binnen de zorg

iStock

In de meeste zorgorganisaties hangt er ergens een AED aan de muur. Wie voor het onderhoud daarvan verantwoordelijk is, weet niet altijd iemand met zekerheid te zeggen. Het apparaat wordt zelden getest onder druk, totdat het er echt op aankomt. Juist dan blijkt AED onderhoud vaker een blinde vlek in het facilitair beleid dan een vast onderdeel ervan.

Wanneer een AED niet meer is dan een vals gevoel van veiligheid

Een AED aan de muur wekt vertrouwen. Maar aanwezigheid zegt niets over de werking. Onderhoudsmonteurs treffen in de praktijk regelmatig apparaten aan die niet meteen inzetbaar zijn: verlopen elektroden, een batterij die leeg blijkt of een storing die niemand heeft opgemerkt. Vaak gaat het om kleine gebreken die pas bij een grondige controle aan het licht komen en dus onopgemerkt blijven zolang niemand kijkt.

Dat is geen theoretisch risico. Bij een hartstilstand daalt de overlevingskans met elke minuut die verstrijkt zonder hulp. Wordt er snel gedefibrilleerd, dan liggen de kansen aanzienlijk hoger dan wanneer een slachtoffer moet wachten op de ambulance. Een AED-specialist van AED Solutions ziet in de praktijk hoe snel dat kan omslaan: “Een AED test zichzelf vaak dagelijks, maar dat betekent niet dat elk probleem wordt gesignaleerd. Slijtage aan elektroden of een batterij die net over de datum is, merk je meestal pas bij een grondige controle.”

Voor zorgorganisaties is dat een ander risico dan voor een kantoor of sportvereniging. Er lopen kwetsbare mensen rond, personeel wisselt vaker van locatie en een AED die faalt raakt niet alleen een omstander maar mogelijk een patiënt of cliënt. Een niet-werkende AED is in de praktijk zelden toeval en wijst vaker op gebrekkig AED onderhoud dan op een defect apparaat.

Waarom AED onderhoud tussen BHV en facilitair beleid in valt

Vraag in een willekeurige zorgorganisatie wie verantwoordelijk is voor de AED en het antwoord is zelden eenduidig. Soms ligt de taak bij de BHV-coördinator, soms bij facilitaire zaken, soms bij niemand in het bijzonder omdat de vorige verantwoordelijke van functie is veranderd en de taak niet is overgedragen.

Dat is precies waar het in zorgorganisaties vaak misgaat, zegt een facilitair coördinator bij een zorginstelling die liever niet met naam in dit artikel staat: “We hebben op meerdere locaties AED’s hangen en op elke locatie is de situatie net iets anders geregeld. Onderhoud staat op papier goed, maar in de praktijk hangt het af van wie er toevallig alert op is.”

Facilitair beleid in de zorg draait doorgaans om grotere posten: vastgoed, schoonmaak, catering en technische installaties. AED onderhoud is klein in vergelijking en verdwijnt daardoor makkelijk tussen de regels. Tegelijkertijd is het een van de weinige facilitaire taken waarbij een gemiste controle direct om mensenlevens kan gaan.

Wat zegt de wet- en regelgeving (en wat niet)

Een AED is in Nederland niet wettelijk verplicht en er bestaat geen aparte wet die AED onderhoud tot in detail voorschrijft. Wel gelden algemene kaders die indirect meespelen. De Arbowet verplicht werkgevers om een veilige werkomgeving te bieden en van medische hulpmiddelen wordt onder de Europese MDR-regelgeving verwacht dat ze geregistreerd en periodiek gecontroleerd worden. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verwacht bovendien dat medische hulpmiddelen in zorginstellingen aantoonbaar in goede staat verkeren.

Dat laat ruimte voor eigen interpretatie en dus voor verschillen tussen organisaties. Voor facilitaire teams betekent dit vooral dat de vraag “moet dit wel” minder relevant is dan de vraag “wat als het niet blijkt te werken”. Het is aan te raden om de eigen situatie te laten toetsen door een compliance- of kwaliteitsafdeling, in plaats van te vertrouwen op een algemene aanname over wat wel of niet verplicht is.

Van losse controle naar structureel beleid

Wat helpt, is AED onderhoud net zo behandelen als andere kritieke facilitaire taken: met een duidelijke eigenaar, een vast moment in de jaarplanning en een contract waarin staat wie wat controleert en wanneer. Dat voorkomt dat de verantwoordelijkheid verdwijnt zodra iemand van baan wisselt.

Steeds meer aanbieders bieden ook vormen van monitoring aan, waarbij een AED zelf meldt wanneer een batterij of elektrode aan vervanging toe is. Voor organisaties met meerdere locaties kan dat het overzicht vergroten zonder dat iedere locatie zelf een systeem hoeft te bedenken. Het maakt AED onderhoud minder afhankelijk van het geheugen van één BHV’er, en meer een vast onderdeel van hoe een gebouw wordt beheerd.

Zelf checken: hoe sta jij ervoor

Wie wil weten hoe het AED onderhoud er in de eigen organisatie voor staat, hoeft niet meteen een onderhoudscontract af te sluiten. AED Solutions biedt daarvoor een AED onderhoudsscan aan. In een paar minuten beantwoord je vragen over de status, leeftijd en laatste controle van het apparaat, en krijg je persoonlijk advies van een specialist over eventuele aandachtspunten. Het is geen vervanging voor een officiële keuring, maar wel een snelle manier om te zien of verder onderzoek nodig is.

Voor zorgorganisaties met meerdere locaties en wisselende BHV-teams is dat misschien wel de eenvoudigste eerste stap: niet wachten tot iemand het toevallig oppakt, maar vandaag vastleggen wie ervoor zorgt dat de AED doet wat hij moet doen op het moment dat het telt.

Meer informatie