Dit artikel is geschreven in samenwerking met RSO Nederland
Met de landelijke implementatiestrategie van VWS wordt de regio steeds meer de plek waar databeschikbaarheid en digitale gegevensuitwisseling echt moeten landen. Dat maakt regionale samenwerking urgenter dan ooit. Want juist in de regio moeten organisaties elkaar vinden, keuzes maken en tempo houden. De vraag is dan ook niet meer óf je de samenwerking goed moet organiseren, maar hoe snel je dat voor elkaar krijgt.
In IJssel-Vecht voelen ze die urgentie al langer. De organisaties uit die regio merken dat alle losse initiatieven niet genoeg zijn. Met de inzet van ROEM, het RSO ontwikkel- en evaluatiemodel, zet de regio nu duidelijke stappen om de basis van de regionale samenwerking sneller op orde te krijgen.
In de regio komt alles samen
Waar de samenwerking in IJssel-Vecht eerst vooral bestond uit ziekenhuiszorg, thuiszorg en verpleeghuiszorg, schuiven inmiddels ook huisartsen, apothekers, gemeenten en andere sectoren aan. Dat dat hard nodig is, blijkt wel uit de hoeveelheid organisaties die betrokken is bij de thema’s waar de coalitie mee start: medicatieoverdracht, proactieve zorgplanning en de ondersteuning van mensen met een chronische aandoening.
Voor Hugo Broekman, bestuurder en bestuurlijk trekker van de digitale coalitie in IJssel-Vecht, zit daar ook de kern. Digitalisering is volgens hem uiteindelijk voorwaardenscheppend om de zorg beter te maken. Niet als doel op zich, maar zodat informatie op tijd beschikbaar is, mensen daardoor beter geholpen worden en professionals betere beslissingen kunnen nemen met minder onnodige administratieve last. Dat vraagt dus niet alleen om aanpassing van technologie, maar vooral om een regio die klaar is om hierin samen te werken én te versnellen.
Lees ook: Databeschikbaarheid in de toekomst: ‘Een transparant systeem voor alle partijen’
Eerst samen richting, dan pas governance
Het organiseren van regionale samenwerking is zelden eenvoudig. Zeker niet als veel organisaties aan tafel zitten, met elk hun eigen belangen, tempo en verantwoordelijkheden. Volgens Broekman ligt daar ook meteen een bekende valkuil: dat het gesprek al snel verschuift naar governance, financiering en zeggenschap. Terwijl volgens hem eerst een andere vraag beantwoord moet worden: waarom willen we dit samen doen? Pas als die gezamenlijke bedoeling helder is, kun je het gesprek over inrichting en bekostiging goed voeren. In IJssel-Vecht merkte hij dat dat verschil maakt. De discussie werd gezonder, scherper en productiever.
ROEM brengt structuur, taal en tempo
Precies daarbij helpt ROEM, het RSO ontwikkel- en evaluatiemodel. Fredrik Knoeff ontwikkelde het model in opdracht van RSO Nederland op basis van praktijkervaring en wetenschappelijke inzichten. Hij noemt ROEM bewust geen blauwdruk, maar een kapstok die regio’s helpt om samenhang aan te brengen en het proces behapbaar te maken. In plaats van op losse onderdelen te starten, neem je met ROEM in een aantal stappen het hele proces door. Je betrekt steeds de juiste mensen, spreekt met elkaar dezelfde taal en houdt beter zicht op wat eerst nodig is en wat later kan.
RSO Nederland biedt regio’s daarbij vier werkpakketten aan: richting geven, kansen zien, samenwerken en doelen bereiken. Juist die opbouw blijkt in IJssel-Vecht goed te werken. Eerst de inhoud en de gezamenlijke opgave verhelderen, daarna pas de vragen over governance, geld en verantwoordelijkheden. Dat maakt het proces niet alleen duidelijker, maar ook efficiënter en effectiever.
Lees ook: Regionale samenwerking: samen ga je sneller
IJssel-Vecht: versnelling geeft energie
In IJssel-Vecht brachten de werkpakketten structuur én tempo. Werkgroepen uit verschillende sectoren gingen met elkaar stap voor stap aan de slag, terwijl bestuurders tussen de fasen door konden bijsturen en toetsen of de regio nog op de goede lijn zat. Doordat elke stap werd afgerond en aan alle betrokkenen teruggekoppeld, beleef iedereen aangehaakt en werd zichtbaar dat er echt vooruitgang was.
Volgens Broekman gaf dat de samenwerking nieuw elan. Waar eerder het gevoel overheerste dat overleggen bleven hangen zonder duidelijke besluiten, ontstond nu weer beweging. Hij spreekt over “ontzettend waardevolle, leuke middagen” en sessies waarin je voelde: vandaag gebeurde er iets. Dat is meer dan sfeer alleen. Het betekent dat mensen ervaren dat hun bijdrage ertoe doet. Juist dan ontstaat eigenaarschap en gaan de gesprekken over in het samen doen.
Zo laat IJssel-Vecht zien wat ROEM kan doen: het helpt een regio om sneller samen koers te bepalen en het vanuit de inhoud goed te organiseren. Daarmee komt de basis voor regionale samenwerking sneller op orde, precies op het moment dat de druk om databeschikbaarheid en digitale gegevensuitwisseling regionaal waar te maken toeneemt.
ROEM blijft van waarde
De waarde van het model stopt niet zodra de eerste keuzes en afspraken zijn gemaakt. ROEM blijft ook relevant om de bestaande samenwerking te evalueren, samen te leren en te verbeteren. Voor regio’s die nog zoekende zijn, biedt het houvast. Voor regio’s die al verder zijn, helpt het om scherp te blijven en niet terug te vallen in losse initiatieven of versnippering.
De belangrijkste les uit IJssel-Vecht is helder: Iedereen voelt de noodzaak om te versnellen. Zij willen echt met elkaar zorgen dat de zorg ook in de toekomst overeind blijft, voor inwoners en professionals. ROEM helpt om die versnelling mogelijk te maken. Stap voor stap, met de juiste mensen aan tafel en met zichtbaar resultaat onderweg.
Op dinsdagmiddag 14 april tijdens de Zorg & ict-beurs vertelt Fredrik Knoeff in een theatersessie meer over ROEM, het RSO ontwikkel- en evaluatiemodel. Daarna kun je op de stand van RSO Nederland 07.E120 doorpraten en ook je vragen stellen aan het programma Booozt over de ondersteuning die zij bieden aan regio’s om de basis op orde te krijgen. Kijk voor meer informatie over ROEM op de website van RSO Nederland.