Geen landelijke aanpak, maar juist regionale initiatieven voor samenwerking. Daar moet de zorg het van hebben, vindt Jeroen van den Oever, directievoorzitter van Fundis. ”De innovatiekracht in de regio is veel groter.”
In het IZA valt het woord ‘samenwerking’ 200 keer. Maar hoe bereik je dat? Als het gaat om samenwerking in de zorg is de regio de plek waar het echt gebeurt, zei Jeroen van den Oever, voorzitter raad van bestuur van netwerkorganisatie Fundis, tijdens zijn keynote op Zorg & ict.
“Data-uitwisseling begint in de regio en niet met landelijke initiatieven”, stak hij van wal. Schuin tegenover de drukbezochte beursstand van Nictiz was dat best een stevige uitspraak.
Kwetsbare ouderen en chronisch zieken
Maar Van den Oever kon dat goed onderbouwen met voorbeelden uit zijn eigen praktijk. Fundis is een netwerkorganisatie voor de zorg voor kwetsbare ouderen en chronisch zieken. In de regio’s Zuid-Holland en Utrecht zijn daar zo’n 25 verschillende organisaties bij aangesloten.
Fundis heeft het initiatief genomen om in de regio meer en beter samen te gaan werken. Hoognodig, gezien de problemen in de zorg met de schaarste aan medewerkers en de toenemende zorgvraag.
Lees ook: Regionale samenwerking: samen ga je sneller
Samenwerking in de keten
Er zijn verschillende manieren om die problemen te lijf te gaan, schetste Van den Oever: bijvoorbeeld door mensen langer te laten werken of medewerkers uit het buitenland te halen.
Ook zijn er tal van technische oplossingen en bieden andere woonvormen wellicht soelaas. “Maar het belangrijkste is meer samenwerking in de keten. Want er gaat veel te veel geld en energie verloren door slechte afstemming.”
Met alle partijen een vereniging opgericht
In twee regio’s heeft Fundis het initiatief genomen om te komen tot één vorm van netwerkzorg met een groot aantal partijen: huisartsen, ziekenhuizen, ggz, zorgverzekeraars, het sociaal domein en gemeenten. In Zuid-Holland gebeurt dat onder de vlag van Gedeelde Zorg. In Zoetermeer heet het Samen ZoeterMeer Gezond.
Daarvoor is een bijzondere vorm gekozen, legde Van den Oever uit. “In beide regio’s hebben we met alle betrokken partijen, ook de bewoners, een vereniging opgericht. Want zo krijg je regionaal commitment.”
Alles uitwisselen wat noodzakelijk is
In Midden-Holland zijn 30 partijen lid van deze vereniging. Gezamenlijk werken ze aan een transformatieplan (budget 50 miljoen euro) om de samenwerking naar een hoger plan te tillen.
De plannen richten zich op vier onderwerpen: preventie, acute zorg, chronische zorg en mentale gezondheid. “Data-uitwisselbaarheid is de sleutel voor de uitvoering van samenwerking in de regio. Onze visie is dat in de toekomst burgers en cliënten samen met hun behandelaren, de dokters en ook het sociaal domein alles kunnen uitwisselen wat voor hun behandeling noodzakelijk is. En daar moet een regionaal platform voor komen.”
Use cases ontwikkeld
Na een uitgebreide aanbestedingsprocedure koos het samenwerkingsverband voor een consortium van KPN en Cacao als leveranciers en bouwers. Met hen samen worden er nu verschillende use cases ontwikkeld. De eerste, over het verkennend gesprek, is sinds kort beschikbaar. “We zijn echt meters aan het maken. Medio 2027 willen we klaar zijn met het hele pakket aan use cases.”
Hoe kom je tot landelijke afstemming?
Midden-Holland is niet de enige regio waar dit soort samenwerkingsinitiatieven van de grond komen. “De vraag is hoe je vaart kunt maken en tegelijk zorgen dat er landelijk wordt afgestemd”, merkt Van den Oever op. “Want het kan niet zo zijn dat wij het wiel gaan uitvinden in Midden-Holland en dat iedereen het vervolgens zelf gaat uitzoeken.”
Lees ook: Databeschikbaarheid in de toekomst: ‘Een transparant systeem voor alle partijen’
VWS, CumuluZ en de zorgverzekeraars
Het ministerie van VWS en CumuluZ buigen zich nu over deze afstemming. Ook de zorgverzekeraars proberen daar een rol te pakken, volgens Van den Oever. “Wat mij betreft een te grote rol. Want ik denk niet dat verzekeraars echt verstand hebben van het proces waar wij nu op dit moment in de regio mee bezig zijn.”
Toch moet er volgens Van den Oever wel iets gebeuren zodat de lokale initiatieven uiteindelijk tot een landelijk netwerk gaan komen. “De bedoeling is dat het netwerk dat wij bouwen als een hub gekoppeld wordt met andere hubs in het land.” Daarvoor moeten partijen als KNP en Microfsoft met elkaar om tafel. Daar ziet Van den Oever een rol weggelegd voor Cumuluz.
“Zo kunnen we van regionale initiatieven komen tot een landelijk netwerk. Ik ben ervan overtuigd dat we het op deze manier moeten doen en niet landelijk, van bovenaf. Want je ziet dat de innovatiekracht in de regio veel groter is. Daar zijn lokale mensen, zowel zorgverleners als patiënten, cliënten en burgers betrokken. De innovatiekracht zit in de regio.”