‘Nederland en Turkije moeten de dialoog over zorg aangaan’

Ethem Emre - Netherlands-Turkish Trade Foundation
Ethem Emre | Voorzitter Netherlands-Turkish Trade Foundation
Auteur zonder afbeelding icoon
Matthijs van Els
24 juni 2026
4 min

De samenwerking tussen de Nederlandse en Turkse zorg biedt kansen, maar komt volgens Ethem Emre nog onvoldoende van de grond. De voorzitter van de Netherlands-Turkish Trade Foundation pleit daarom voor een open dialoog tussen beleidsmakers, zorgbestuurders, opleiders en andere belanghebbenden. Niet alleen over het inzetten van Turkse zorgprofessionals in Nederland, maar ook over behandelcapaciteit en cultuursensitieve zorg.

Ethem Emre, voorzitter van de Netherlands-Turkish Trade Foundation, pleit al langer voor een zorgbrug tussen beide landen. Turkije beschikt volgens hem over een grote zorgcapaciteit en leidt veel artsen en verpleegkundigen op. Nederland heeft juist te maken met personeelstekorten, oplopende wachttijden en een toenemende zorgvraag. Toch worden de mogelijkheden voor samenwerking volgens hem nog beperkt onderzocht.

“Ik wil graag met belanghebbenden aan tafel om te kijken wat er mogelijk is. Die dialoog had al veel eerder op gang moeten komen”, stelt Emre.

Drempels voor Turkse zorgprofessionals

Een van de onderwerpen die Emre wil bespreken, is de inzet van Turkse verpleegkundigen en artsen in Nederland. Door de personeelstekorten ziet hij mogelijkheden om Nederlandse zorgorganisaties te ondersteunen. In de praktijk lopen zorgprofessionals van buiten de Europese Unie echter tegen verschillende toelatings- en erkenningsprocedures aan.

Voor beroepen als arts en verpleegkundige is een BIG-registratie nodig. Die moet waarborgen dat zorgverleners voldoen aan de Nederlandse eisen op het gebied van opleiding, deskundigheid en taalvaardigheid. Emre begrijpt het belang van kwaliteitsbewaking, maar vraagt zich af of de procedures beter kunnen aansluiten op de urgente personeelsvraag.

Lees ook: Kjeld Aij: ‘De zorg heeft geen personeelstekort, maar een verzuimprobleem’

Pilot als startpunt

Hij verwijst naar Duitsland, waar trajecten bestaan waarin zorgprofessionals vooraf taalonderwijs krijgen en worden voorbereid op het Duitse zorgstelsel. Nederland zou volgens hem kunnen onderzoeken wat daarvan te leren valt.

Een kleinschalige pilot met bijvoorbeeld honderd zorgprofessionals zou een manier kunnen zijn om ervaring op te doen, denkt hij. “We hoeven niet meteen de wetgeving aan te passen. Je kunt ook eerst onderzoeken wat werkt en daarna evalueren. Als je niets probeert, bereik je ook niets.”

Zorg die aansluit bij verschillende achtergronden

De mogelijke bijdrage van Turkse zorgprofessionals gaat volgens Emre verder dan het verminderen van personeelstekorten. Zij kunnen ook kennis meebrengen over de culturele achtergrond en zorgbehoeften van Nederlanders met Turkse wortels.

Emre hoort dat patiënten voor een second opinion of behandeling naar Turkije reizen, omdat zij zich in de Nederlandse spreekkamer niet altijd begrepen voelen. Daarbij spelen niet alleen taalverschillen een rol, maar ook verwachtingen over communicatie, familiebetrokkenheid en de manier waarop klachten worden besproken.

“Iedere groep heeft eigen behoeften, normen en waarden”, zegt Emre. “Daar wordt in de Nederlandse zorg nog te weinig mee gedaan.”

Dat betekent volgens hem niet dat patiënten alleen geholpen kunnen worden door iemand met dezelfde achtergrond. Het gaat vooral om kennisoverdracht en bewustwording. Zeker in steden met een diverse bevolking zouden zorgorganisaties volgens hem beter kunnen onderzoeken hoe hun beleid en dienstverlening aansluiten bij verschillende groepen.

Mensgerichte zorg staat onder druk

Emre ziet verschillen tussen de Nederlandse en Turkse zorgcultuur. Nederland beschikt volgens hem over goede artsen, moderne apparatuur en sterk georganiseerde zorg. Tegelijkertijd ervaart een deel van de patiënten dat de menselijke kant onder druk staat.

“Het zijn meestal de protocollen die tellen, en niet de menselijke waarden”, zegt hij. Er is behoefte aan meer tijd en persoonlijke aandacht en dat leeft volgens Emre niet alleen onder mensen met een migratieachtergrond. “Ook andere Nederlanders zoeken zorg in België, Duitsland of Turkije vanwege wachttijden of omdat zij zich daar beter gehoord voelen.”

Lees ook: Personeelstekort in de zorg vraagt inventieve oplossingen

Turkije als breed zorgland

Turkije is in Nederland vooral bekend als bestemming voor haartransplantaties en tandheelkundige behandelingen. Maar het Turkse zorgaanbod is volgens Emre veel breder. De overheid heeft de afgelopen twintig jaar grote stadsziekenhuizen gebouwd, terwijl ook de private zorgsector sterk is gegroeid.

Die capaciteit kan volgens hem mogelijk worden ingezet voor Nederlandse patiënten, bijvoorbeeld wanneer zij hier lang op een onderzoek of behandeling moeten wachten. Daarvoor moeten zaken als kwaliteit, financiering, gegevensuitwisseling en nazorg wel goed worden geregeld.

De zorgbrug waar Emre voor pleit, bestaat daarom niet uit één oplossing. Het gaat om het verkennen van verschillende vormen van samenwerking: Turkse zorgprofessionals die in Nederland werken, Nederlandse patiënten die voor een behandeling naar Turkije gaan en zorgorganisaties die kennis uitwisselen over opleiding, cultuur en dienstverlening.

Emre hoopt vooral dat betrokken partijen bereid zijn het gesprek te beginnen. “We leven te vaak in parallelle gemeenschappen. We krijgen steeds meer een ‘wij’ en een ‘zij’. Juist daarom is dialoog essentieel. We moeten alle doelgroepen serieus nemen en samen onderzoeken hoe de zorg beter kan.”

Auteur zonder afbeelding icoon