Hoe mentale gezondheidsnetwerken de ggz en huisartsen ontlasten

Mentale Gezondheidsnetwerken - Erwin Hol en Celine van de Haterd
Erwin Hol en Celine van de Haterd van Coöperatie VGZ
Auteur zonder afbeelding icoon
Matthijs van Els
07 januari 2026
4 min

De druk op huisartsen en de geestelijke gezondheidszorg (ggz) loopt al jaren op. Het aantal mensen met mentale klachten groeit en daarmee ook de wachtlijsten. Erwin Hol en Celine van de Haterd van Coöperatie VGZ leggen uit hoe regionale samenwerking in mentale gezondheidsnetwerken verlichting biedt voor ggz, huisartsen en cliënten. Met als doel dat de ggz ook voor mensen met complexe problematiek, nu en in de toekomst, toegankelijk blijft.

Veel mensen met mentale klachten worden al snel richting de geestelijke gezondheidszorg (ggz) verwezen. Soms kunnen ze echter beter terecht in het sociaal domein. “Iemand kan depressieve klachten hebben, maar als de oorzaak ligt in bijvoorbeeld schulden of woningnood, is behandeling in de ggz niet altijd de beste oplossing”, aldus Erwin Hol, transformatiemanager bij Coöperatie VGZ. 

In een Mentaal Gezondheidsnetwerk werken huisartsen, het sociaal domein en de ggz samen om mensen met mentale klachten sneller en vooral op de juiste plek te helpen. 

Lees ook: Wico Mulder: ‘Kijk holistisch naar mentale gezondheid jongeren’ 

Verkennend gesprek als filter

Wanneer een huisarts twijfelt over doorverwijzen naar de ggz, wordt er gekozen voor het verkennend gesprek: twee zorgprofessionals, een gz-psycholoog en iemand uit het sociaal domein, bepalen waar de behoefte écht ligt. Hol: “Niet met een medische blik, maar vanuit hun eigen expertise om inzichtelijk te krijgen wat de hulpvraag is.” 

Het Verkennend Gesprek is geen overbodige luxe, want het aanbod, zowel in de ggz als het sociaal domein, is breed. Dit maakt het voor huisartsen lastig (en tijdrovend) om tot het juiste aanbod te komen, binnen en buiten de zorg. Door middel van het verkennend gesprek wordt duidelijk wat de vraag van een inwoner is en welk aanbod passend is. 

Celine van de Haterd, Regiomanager Brainport bij VGZ, beaamt het belang van kritisch kijken naar de juiste doorverwijzing. “In de regio Eindhoven ervaart de helft van alle jongvolwassenen nu al mentale klachten, zoals somberheid, stress en hoge prestatiedruk. De vraag is, en dat horen we vaak vanuit huisartsen die wij spreken, of jongeren met deze vraagstukken het beste geholpen kunnen worden binnen de ggz.” 

Eerste resultaten bieden hoop

Op basis van het verkennend gesprek volgt een advies aan de huisarts: verwijzing naar de ggz, ondersteuning via het sociaal domein, of een combinatie van die twee. Hoewel het netwerk in Eindhoven nog in de opstartfase zit (de eerste verkennende gesprekken starten in 2026), zijn eerdere resultaten hoopgevend.  

Hol: “In de regio Noordoost-Brabant kon via het verkennend gesprek ongeveer 40 procent worden afgebogen richting het sociaal domein. Het is nu zaak om in beeld te krijgen hoe effectief die doorverwijzingen op lange termijn zijn. Het belangrijkste is dat cliënten op de juiste plek met de juiste vraag geholpen worden.” 

Lees ook: Brabantse aanpak moet ggz-door­ver­wij­zin­gen flink verlagen 

Samenwerking is cruciaal

Volgens Hol is samenwerking tussen alle betrokken partijen onmisbaar voor het laten slagen van het Mentale Gezondheidsnetwerk. “Het afbuigen van verwijzingen naar het sociaal domein heeft effect op de contractering van gemeenten met deze aanbieders. Dat brengt een financieel vraagstuk met zich mee en daarom zijn wij als verzekeraar samen met gemeenten betrokken bij deze netwerken. Het is belangrijk om met al die partijen aan tafel te zitten, gesprekken te voeren en die gedeelde verantwoordelijkheid te voelen.” 

Het voordeel van wachtlijstmonitoring

Een soepele en gezonde samenwerking in mentale gezondheidsnetwerken maakt ook de wachtlijsten en -tijden in de regio inzichtelijk. Hol zegt daarover: “Nu wordt dat per aanbieder bekeken en samengevoegd, maar dat is foutgevoelig en geeft kans op dubbeling. Door het netwerk ‘eigenaar’ te maken van een regionale wachtlijst, hebben niet alleen zorgprofessionals, maar juist ook inwoners toegang tot meer informatie over de breedte van de keten, zowel over de ggz als het sociaal domein.” 

In de regio Eindhoven wonen veel internationale studenten vanwege de Technische Universiteit. Van de Haterd: “Door regionaal te kijken zie je beter welke vragen er spelen bij bepaalde groepen. Wij proberen daarom bijvoorbeeld goed te kijken naar hoe cultuursensitieve zorg in de regio geregeld is, zodat deze groep sneller de passende zorg krijgt.”  

Lees ook: Hoe zorg­be­mid­de­ling in 2026 verandert en de zorg toe­gan­ke­lij­ker maakt 

Informeren van huisartsen én inwoners

Op dit moment volgen zorgprofessionals die gaan deelnemen aan het Mentale Gezondheidsnetwerk in de regio Eindhoven – De Kempen diverse trainingen, bijvoorbeeld voor het Verkennend Gesprek. “Voor huisartsen is dat nieuw en zij worden geholpen om tot een passende verwijzing te komen. Bij deze transformatie werken gemeenten, huisartsen, ggz-professionals en VGZ dan ook volop samen,” vertelt Van de Haterd. 

Een schakel die niet vergeten mag worden is de inwoner, de cliënt, zelf. “Het is belangrijk dat zorgprofessionals diverse trainingen volgen, maar als je het Mentale Gezondheidsnetwerk echt wil laten slagen, is het essentieel om ook de inwoners goed mee te nemen in het verhaal van de zorg die verandert. Voor ons als verzekeraar dus een mooie opgave om onze verzekerden daar regionaal in mee te nemen, bijvoorbeeld met een publiekscampagne.”

Auteur zonder afbeelding icoon