Voor passende zorg en voor regionale samenwerking is in 2027 samen nog geen 30 miljoen euro beschikbaar. Daar staat een zorgbegroting van 118 miljard euro tegenover, een groei van 3 procent ten opzichte van vorig jaar. Zet die twee bedragen naast elkaar, en het beeld is duidelijk: bijna alles gaat naar meer van hetzelfde, en bijna niets naar iets anders.
Burgers merken die groei rechtstreeks: de zorgpremie gaat omhoog, en het eigen risico stijgt voor het eerst in elf jaar. Maar het echte verhaal zit niet in de premie. Het zit in de vraag waar al dat geld naartoe gaat, en wat het verandert aan de zorg. Dat is meer dan een jaarlijkse bijstelling. Het laat zien hoe Nederland vandaag beslist over de zorg van 2040, niet in een visiedocument of een troonrede, maar in de getallen van een begroting.
Groei is de norm, niet de uitzondering
Het ministerie verwacht dat de zorguitgaven de komende jaren fors verder oplopen, tot bijna 140 miljard euro in 2030. Er is geen crisis of pandemie die dat verklaart. Het kabinet noemt zelf twee oorzaken: de vergrijzing, en de groeiende mogelijkheden van technologie, met de hogere eisen die daarbij horen. Geen van beide verdwijnt na 2030. Ze werken door, tot ver voorbij 2030. De zorg zoals we die nu organiseren wordt vanzelf duurder naarmate de vraag, de technologie en de verwachtingen tegelijk toenemen.
Sommige onderdelen krijgen juist minder
Niet elk deel van de zorg groeit mee. De ggz krijgt bijvoorbeeld minder geld, niet meer, terwijl juist daar al bewezen alternatieven bestaan. Brancheorganisatie V&VN zei na Prinsjesdag 2024 dat er, ondanks eerdere beloftes van het kabinet, de komende jaren minder geld naar digitalisering en preventie in de zorg gaat. Dat is vandaag de dag nog altijd het geval.
Meer geld voor zorg betekent dus niet automatisch meer geld voor verandering. Het betekent vaak vooral meer geld voor hetzelfde systeem, tegen hogere kosten.
Lees ook: ‘Nederland en Turkije moeten de dialoog over zorg aangaan’
De vraag die te weinig wordt gesteld
Bij elke uitgave in deze begroting zou één vraag centraal moeten staan: wat kunnen we dankzij deze uitgave anders, minder of helemaal niet meer doen? Niet: hoeveel geld gaat ernaartoe. Wel: welk deel van de zorgvraag hierdoor verdwijnt, welke capaciteit vrijkomt, en welke kosten blijvend dalen in plaats van eenmalig.
Voor de meeste posten in deze begroting is dat antwoord er niet. Geld voor regionale samenwerking gaat naar samenwerking, niet automatisch naar minder zorgvraag. Geld voor het uitwisselen van gegevens gaat naar systemen, niet automatisch naar minder consulten. De overheid ziet dit probleem deels zelf. In de Miljoenennota staat dat problemen als netcongestie, een mismatch op de arbeidsmarkt en te veel regels het voor bedrijven moeilijker maken om in nieuwe technologie te investeren. Met andere woorden: het kabinet erkent dat geld alleen niet genoeg is, maar doet daar in de begroting nog niets mee.
Er is één uitzondering die de regel bevestigt. Voor curatieve zorg trekt het kabinet geld uit voor een nieuwe generatie AI en robotica voor beeldgestuurde therapieën, en voor het opschalen van technologie voor de ziekenhuizen van de toekomst. Dat is een van de weinige posten waarbij het doel niet alleen digitalisering is, maar een ander zorgproces: minder zware behandelingen, misschien kortere opnames. Dat verschil, tussen geld voor techniek en geld voor een ander proces, zou de toets moeten zijn voor elke volgende euro voor zorginnovatie.
Het is te meten, als je het maar afspreekt
Uit onze eigen portefeuille weten we dat die vraag te beantwoorden is. Bij de bedrijven waarvan we de impact meten, hebben we in 2025 samen 88,3 miljoen euro aan zorgkosten aantoonbaar kunnen voorkomen, en 1.015 fte aan zorgcapaciteit vrijgespeeld. Neem VRelax, opgericht door onder anderen Marieke Jongma, dat mensen in de ggz, de langdurige zorg en ziekenhuizen met VR helpt bij psychische en fysieke klachten. Dat bedrijf voorkwam in 2025 alleen al 11,9 miljoen euro aan vermijdbare zorgkosten, precies in het onderdeel van de zorg dat nu wordt gekort. Per euro die sinds 2018 in onze portefeuille is geïnvesteerd, is bij dat gemeten deel minstens 5,19 euro aan zorgkosten voorkomen. Dat bewijst niet dat elke subsidie-euro hetzelfde oplevert. Het bewijst wel dat die vraag te beantwoorden is, zodra je vooraf afspreekt dat je hem stelt en het antwoord meet.
Lees ook: Welzijn op Recept: minder zorg waar mogelijk en passende zorg waar nodig
Het echte geld zit buiten de zorg
Voor de rest van de economie richt het kabinet echter wel twee grote nieuwe potten in, gericht op kansrijke technologie en op doorbraken die te riskant zijn voor gewone investeerders. Beide zijn voor alle sectoren bedoeld, niet specifiek voor de zorg.
Het verschil is groot: waar de zorg het met tientallen miljoenen euro’s moet doen, gaat er buiten de zorg meer dan drie miljard euro naar precies het soort risicokapitaal dat digitale zorgbedrijven nodig hebben om te bewijzen dat ze zorg kunnen vervangen in plaats van erbovenop te zetten. Die twee werelden raken elkaar nauwelijks. Dat is geen verwijt aan de politiek. Het is gewoon te zien in de begroting.
Wat er nu zou moeten gebeuren
Drie stappen zijn haalbaar binnen de huidige begroting, zonder nieuw beleid of nieuwe wetten. Allereerst: verbind een deel van het bestaande geld voor innovatie en vernieuwing aan één harde eis, namelijk dat de oplossing bestaande zorg vervangt, niet erbij optelt. Daarna: geef de grote generieke innovatiepotten een eigen plek voor de zorg, zodat geld dat er al is ook echt bij zorgvernieuwing terechtkomt, in plaats van alleen bij technologiebedrijven in het algemeen. Tot slot: laat het kabinet niet alleen rapporteren hoeveel geld naar zorginnovatie gaat, maar ook hoeveel bestaande zorg daardoor aantoonbaar minder nodig is. Zonder die laatste stap blijft elk bedrag een goed voornemen, geen resultaat.
Waarom dit ertoe doet
Een begroting die vooral het bestaande systeem financiert, levert in 2040 hetzelfde systeem op. Alleen duurder. Niet per se slechter, maar wel minder betaalbaar, gebouwd op dezelfde aannames als vandaag. De ruimte om dat te veranderen is nu nog klein, maar wel aanwezig, zowel binnen de zorgbegroting zelf als in het geld voor innovatie daarbuiten.
De zorg van 2040 wordt dus niet bepaald door een toekomstvisie. Ze wordt bepaald door de begrotingsposten van vandaag, en door de vraag of we bereid zijn daaraan te verbinden wat er dankzij die uitgave niet meer hoeft te gebeuren.
Douwe Jippes is medeoprichter en Managing Partner van Healthy.Capital, een investeringsfonds dat investeert in ondernemers die technologie en innovatie inzetten om gezondheid en zorg structureel te verbeteren.