Peter d’Hamecourt: ‘Fransen praten veel, maar niet in de zorg’

Volgend artikel: Palliatieve zorg verdient podium
Lees meer

Peter d’Hamecourt, jarenlang correspondent in Moskou voor de NOS, weet hoe het is om in de vuurlinie te staan in oorlogsgebieden. Hij weet inmiddels ook hoe het is om patiënt te zijn. In Nederland en in Frankrijk waar hij woont. De verschillen zijn groot. 

Peter D’Hamecourt werd op 4 maart 2018 geveld door een herseninfarct. Daarvoor was hij in Nederland al verlost van een tumor in zijn dikke darm, na een diagnose in Moskou. Kortom, ook als patiënt is hij internationaal actief. Hij heeft ervaren hoe groot de cultuurverschillen zijn tussen Nederland en Frankrijk.

Hij woont in de binnenlanden van de Lot-et-Garonne. Lekker ver weg van de woelige wereld waarin hij zo lang als razende reporter actief was geweest. De keerzijde van die medaille werd duidelijk na zijn herseninfarct. De grote academische ziekenhuizen in Bordeaux en Libournes lagen te ver uit de buurt voor onmiddellijke adequate hulp. Dus kreeg hij eerste hulp in het nabije streekziekenhuisje in Marmande. Daar probeerde men de bloedprop in zijn hersenen te deblokkeren. Een dag later werd hij vervoerd naar een regionaal hospitaal in Agen waar hij een hersenbloeding kreeg. Die was waarschijnlijk het gevolg van de mislukte pogingen in Marmande. Pech. Hij heeft daar nooit over geklaagd. “Het is zoals het is.”

Arts van dienst

Maar hij blijft zich verbazen over de verschillen in de manier waarop zorgprofessionals in Frankrijk en in Nederland met patiënten omgaan. “Om meteen maar het allergrootste verschil te noemen: de communicatie. In Frankrijk werd nul komma nul met mij gecommuniceerd. In het ziekenhuis in Agen kwam elke dag een donkere man in witte jas mijn kamer binnen. Met zo’n karretje voor bloedafname en andere dingen. Hij begroette mij niet, tilde mijn verlamde linkerbeen op en vroeg of ik pijn had.  Ik schudde nee. Hij legde hij dat been weer neer en verdween. Ik dacht dat hij een verpleegkundige was, een broeder, zal ik maar zeggen. Bleek na een week dat dat de arts van dienst was.”

Nog een voorbeeld: op een dag kwamen twee mannen binnen. Ze reden mij zonder iets te zeggen weg. Onderweg vroeg ik een paar keer waar we heen gingen. Geen antwoord. Toen ik in een ruimte werd gereden waar een MRI-apparaat stond, werd het me pas duidelijk Weer een andere keer werd ik naar een zijgang gereden en daar geparkeerd. De begeleidende verpleegkundige zei: ‘Je reviens toute suite.’ Dat betekent ‘Ik kom zo terug’. Mijn vertaling was: ‘mij zie je nooit meer terug’. Want ze is nooit meer teruggekomen.’

Berg brochures

Hoe anders was zijn ervaring in Nederland. “Iedereen die mijn kamer binnenkwam, stelde zich voor en vertelde wat hij of zij kwam doen. Zelfs de schoonmakers. Voordat ik überhaupt werd opgenomen kreeg ik een berg brochures, waarin werkelijk alles tot in de puntjes werd uitgelegd.’

Hij schiet in de lach. “Soms kreeg ik zelfs te veel informatie. De dag na de operatie stonden de chirurg met drie assistenten bij mijn bed en die vertelden mij haarfijn wat ze in die vier uur met mij hadden gedaan. Tot in de kleinste details. Dat wilde ik echt niet allemaal weten.”

Alleen al de entree in het ziekenhuis vond hij een verademing. “Je hebt helemaal niet het idee dat je in een ziekenhuis bent. Links een restaurant, rechts een winkeltje, een apotheek. Verderop een balie met aardige gastvrouwen die je alles uitleggen en je begeleiden naar waar je heen moet. Er was een groepje vrijwilligers die ook aan hun darmen waren geopereerd met wie je kon praten als je dat wilde. Heel bijzonder.”

De verschillen gelden niet alleen voor de ziekenhuizen waar d’Hamecourt patiënt was. “Mijn Franse huisarts communiceert niet. Een schat van een man, maar hij kijkt me maar zo’n beetje glimlachend aan en schrijft dan wat op een papiertje. Ga je met een zak medicijnen weer naar huis, maar dan weet je eigenlijk nog niks. Na mijn Tia, de voorbode van mijn herseninfarct, heeft hij geen speciale behandeling of medicijnen voorgesteld. Dat reken ik hem niet aan, maar vreemd blijft het.”

Tandarts

Hij betreurt het zeer dat zijn tandarts in Nederland met pensioen is gegaan, want met hem kon hij lezen en schrijven. “Die wist mij op mijn gemak te stellen, want het zweet loopt mij altijd over de rug in die stoel. Ik vind de tandarts niet echt fijn, zacht gezegd.”

Zijn Franse tandarts is een dame van Aziatische origine met zachte handjes en een onverwacht harde aanpak. “De laatste keer wrikte ze ineens keihard een of ander hard plastic plaatje tussen mijn wang en mijn tanden. Ik schrok, het deed  flink pijn. Toen het er weer uit was vroeg ik wat ze precies had gedaan. Foto gemaakt, zei ze. Had dat dan tevoren even gezegd.”

Hij schudt het hoofd. ‘”Frankrijk, nul communicatie. Terwijl je zou zeggen, de Fransen kletsen de oren van je kop. Ja, aan tafel. Niet in de zorg.” Maar hij blijft waar hij is, in zijn huis tussen de glooiende wijngaarden. Inmiddels kan hij zich weer aardig redden, na een taaie strijd om weer op de been te komen. Die strijd is vastgelegd in het boek Een leven op zijn kop, dat te bestellen is via Hersenletsel.nl.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

 

Trix Broekmans Auteur
Lees meer

Meer over

Patiëntperspectief,

Deel

Bas Roukema, Tergooi: ‘Zorg Dichterbij wordt steeds vaker reguliere zorg’
Lees meer
Studenten hotelscholen maken ziekenhuizen gastvrij
Lees meer
‘De patiënt bepaalt waar hij zorg wil ontvangen’
Lees meer
Hoe corona de ware aard van het zorgsysteem openbaart
Lees meer
Palliatieve zorg verdient podium

Was palliatieve zorg maar een medicijn. Dan zou iedere zorgmanager, beleidsmaker of bestuurder het volop promoten.

Rob Bruntink Auteur
Lees artikel

Maak een account aan

Om artikelen aan je leeslijst toe te voegen en om artikelen en events met bepaalde thema’s of van specifieke organisaties of auteurs te volgen, dien je ingelogd te zijn met je Mijn Hub account.

Registreer je Of log in