Jet Bussemaker pleit voor flipping the healthcare system: ‘Echte verandering komt van onderop’

Jet Bussemaker
'Technische innovatie moet altijd samengaan met sociale innovatie'
Auteur zonder afbeelding icoon
Matthijs van Els
21 januari 2026
4 min

De transformatie van de zorg is een veelbesproken (en noodzakelijk) onderwerp. Vaak gaat het dan over meer geld, meer personeel of slimmere technologieën. Maar volgens Jet Bussemaker, de uitreiker van de Nationale Zorginnovatieprijs op Zorg & ict 2026, ligt de opdracht elders: een andere manier van denken over zorg en innovatie.

“Er zijn tal van redenen waarom we moeten transformeren. We spreken veel over schaarste aan mensen en dat vraagt om actie”, vertelt Jet Bussemaker, sinds 2019 voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) die de overheid adviseert over de zorg voor nu en in de toekomst. 

“Veel belangrijker is dat we anders moeten gaan denken over de zorg. We praten inmiddels niet meer over zorg en ziekte, maar over gezondheid en gedrag. We moeten nu naar de volgende stap: praten over mens en maatschappij.” 

Gezonder door sociaal contact

Zo bracht de RVS deze week het advies Gezond Verbonden uit over hoe de curatieve zorg kansen kan benutten om sociale relaties te versterken. Gezonde relaties vergroten namelijk de kans op een lang en gezond leven. “Daar biedt het sterk geïndividualiseerde zorgstelsel nu nog te weinig ruimte voor”, aldus de RVS. De vraag is: hoe kunnen mensen elkaar helpen en daar zelf beter van worden?

Transformatie van de zorg kent volgens Bussemaker drie belangrijke obstakels.

1. Cultureel obstakel

“We zien onszelf vooral als individuele zorgconsumenten. Zorg is iets waar je recht op hebt, omdat je premie betaalt.” Die benadering staat volgens haar haaks op het collectieve denken dat nodig is om gezondheid blijvend te verbeteren.

2. Financieel obstakel

Daarnaast is de manier van financieren een groot obstakel. “De hele zorgverzekeringswet is ingericht op individuele aanspraken. Als je iets samen wilt doen, zoals groepsconsulten, past dat vaak niet in een pakket. Dat moet dan altijd via omwegen.”

3. Organisatorisch obstakel

Verder bieden richtlijnen en protocollen weinig ruime voor verandering. “We moeten veel meer ruimte creëren voor innovatie. Ik zie ontzettend veel mooie voorbeelden van mensen die het anders doen, maar zij roeien nu tegen de stroom in.”

Lees ook: ‘De grootste valkuil is wachten op een goed idee’ 

Succesvol opschalen in de juiste context

Hoe slim en technisch een innovaties ook zijn, Bussemaker ziet toch vaak dat ze niet van de grond komen. “Innovatie gaat vaak over wat technisch mogelijk is, maar dat mag niet een doel op zichzelf zijn.” We moeten denken vanuit de zorg: waardengedreven en niet technisch of economisch. Wat betekent een innovatie voor de mens? “Technische innovatie moet altijd samengaan met sociale innovatie.”

Daarnaast is de context een bepalende factor bij succesvol willen opschalen. “Een innovatie die werkt in Amsterdam of Den Haag, werkt niet automatisch in Noordoost-Groningen of Zeeland. En wat past bij een medisch specialist, sluit misschien helemaal niet aan bij een verpleegkundige in de ouderenzorg.”

Toch worden innovaties vaak opgeschaald door één succesvolle toepassing simpelweg groter te maken. “Dan trek je die ene bewezen context door naar een groter veld om tempo te maken. Dat leidt niet tot versnelling, maar tot vertraging van innovatie”, stelt Bussemaker. 

De noodzaak van co-creatie

Om de juiste aansluiting met de praktijk te vinden, is co-creatie essentieel. “De gebruiker van de innovatie moet niet pas aan het eind betrokken worden,” benadrukt Bussemaker. “Ontwikkel niet iets in je eigen kamertje en breng het dan naar de markt. Doe het samen met de zorgprofessional voor wie je het maakt, vanaf het allereerste begin.”

Een voordeel van co-creatie is dat innovaties ook makkelijker worden geadopteerd door collega’s. “Zij kunnen anderen overtuigen om ermee te werken. Het komt niet ‘van buiten’, maar is echt van henzelf. Gedeeld eigenaarschap leidt uiteindelijk tot maatschappelijke impact.” 

Lees ook: J58 en Freequency winnen Nationale Zor­g­in­no­va­tie­prijs 

Blijf waarde toevoegen

Belangrijk voor startende zorgondernemers is om te beseffen dat het werk van een zorginnovator niet stopt zodra een product of dienst af is. Bussemaker: “Blijf volgen wat een innovatie doet met de mensen die ermee werken. Denk niet dat je klaar bent zodra het in de markt staat, maar blijf jezelf afvragen welke waarde je toevoegt aan de zorg en de transformatie van de zorg.”

Verantwoordelijkheid van verandering

De hamvraag: bij wie ligt de verantwoordelijkheid om de transformatie van de zorg aan te jagen? Bussemaker: “Die ligt bij vele partijen, maar het begint bij iedereen die in de zorg werkt. Wat kan jíj als zorgprofessional doen? We zijn gewend om te zeggen: dat mag niet van de inspectie, de zorgverzekeraar of de minister. Maar er is vaak meer mogelijk dan we denken.”

Bussemaker geeft aan dat de verantwoordelijkheid ook ligt bij zorgverzekeraars, beleidsmakers en instanties als het Zorginstituut die richtlijnen en kwaliteitskaders opstelt. “Zorg dat je daarin ruimte creëert om het anders te doen.”

Verandering van onderop

Echte verandering moet volgens Bussemaker van onderop komen, vanuit zorgprofessionals, zorgorganisaties, zorgaanbieders en zorgbestuurders. “Daar moet een tegenbeweging ontstaan: ‘wij zijn aan het transformeren en hier lopen we tegenaan’. Vervolgens zoek je samen naar oplossingen. En dáár moet beleid zich op richten.”

Dat is waar het volgens haar uiteindelijk echt om draait: “Flipping the healthcare system. Draai het eens helemaal om. Denk niet vanuit beleid of medisch perspectief, maar vanuit mensen die ziek of kwetsbaar zijn. Wat hebben zij nodig? En wat is daar dan voor nodig? Dat is de grote opdracht voor de komende jaren.”


Jet Bussemaker reikt op 15 april de Nationale Zorginnovatieprijs 2026 uit op het mainstage van Zorg & ict. Deze prijs is door Zorginnovatie.nl in het leven geroepen met als doel technologische innovaties in zorg en welzijn te versnellen. De finalisten maken kans op de publieksprijs ter waarde van €5.000 en de vakjuryprijs ter waarde van €10.000. Lees in dit artikel wie de vijf vakjuryleden zijn. 

Auteur zonder afbeelding icoon