Nationale Zorginnovatieprijs-finalist Phlecs: ‘Eczeem is meer dan een huidprobleem’

Nationale Zorginnovatieprijs Phlecs - blauwlichttherapie eczeem
Blauwlichttherapie op basis van LED-technologie (Beeld: Phlecs)
Auteur zonder afbeelding icoon
Matthijs van Els
20 januari 2026
4 min

Phlecs, het bedrijf achter de blauwlichttherapie voor behandeling van eczeem, is de derde finalist van de Nationale Zorginnovatieprijs. David Aubert, CEO van Phlecs, vertelt hoe zowel de fysieke als mentale gezondheid van mensen met eczeem gebaat is bij deze innovatieve behandeling met blauw licht.

In Nederland zijn ongeveer 400.000 patiënten met eczeem, waarvan zo’n 40 procent kampt met een matige tot ernstige vorm. Een leven vol jeuk, pijn, zichtbare rode huid en een zoektocht naar de juiste behandeling is voor deze groep geen uitzondering.

Huidige behandelmethoden zijn UV-therapie, hormonenzalf (topische steroïden), pillen (ciclosporine) en biologicals. “Veel behandelingen zijn echter gebruiksonvriendelijk, duur of hebben bijwerkingen zoals infecties, hoge bloeddruk, misselijkheid en een verhoogd risico op kanker.”

Dit vertelt David Aubert, CEO van Phlecs, de start-up die met een alternatieve behandelmethode op de markt komt: blauwlichttherapie op basis van LED-technologie.  

Lees ook: Eerste finalist Nationale Zorginnovatieprijs Ditto: ‘De grootste valkuil is wachten op een goed idee’ 

Blauw licht versus UV-licht

De wortels van Phlecs liggen bij Philips waar Aubert jarenlang werkte aan lichttechnologie voor een betere gezondheid. Toen Philips besloot te stoppen met de ontwikkeling van deze technologie, ging een groepje oud-medewerkers verder en zo werd Phlecs zes jaar geleden geboren.

Phlecs ontwikkelde een full-body therapie voor mensen met eczeem, waarbij de patiënt op een groot platform wordt blootgesteld aan blauw LED-licht, twee keer vijftien minuten. Een belangrijk voordeel ten opzichte van het UV-licht: het bevat geen schadelijke straling. Daardoor is er geen risico op verbranding of huidkanker. 

Minder jeuk en meer kwaliteit van leven 

Inmiddels heeft de innovatieve behandeling het licht gezien in ziekenhuizen in Nederland, Duitsland, Denemarken en Polen. De resultaten zijn veelbelovend: de EASI-score, die de ernst van eczeem meet, daalt gemiddeld met 40 procent binnen twee weken. Patiënten ervaren daarnaast 40 tot 50 procent minder jeuk.

Ook de kwaliteit van leven verbetert. De DLQI-score (Dermatology Life Quality Index) laat zien dat patiënten zich lichamelijk én mentaal beter voelen. “Eczeem is meer dan een huidprobleem. Veel huidziekten brengen een mentaal component met zich mee en die impact mag niet worden onderschat. Jeuk leidt tot krabben, slecht slapen en vermoeidheid. Roodheid kan schaamte veroorzaken en het sociale leven beïnvloeden”, vertelt Aubert.  

Lees ook: Hoe zorg je voor duurzame adoptie van je zorginnovatie: lessen uit de praktijk 

Extra tool voor de zorgprofessional

Voor duurzame adoptie van een zorginnovatie is het volgens Aubert belangrijk dat het goed en gebruiksvriendelijk werkt, en dat het geaccepteerd wordt door patiënt én zorgprofessional.

Voor zorgprofessionals betekent de blauwlichttherapie een waardevolle aanvulling op bestaande behandelopties. “Het is een nieuwe tool in de toolbox,” zegt Aubert. “Zeker voor patiënten die geen UV-therapie of biologicals willen vanwege bijwerkingen, biedt blauw licht een veilig alternatief.”

Deze nieuwe tool is geen overbodige luxe: de huidige UV-therapieën zullen de komende jaren namelijk geleidelijk worden afgebouwd vanwege het kwikverbod in de Europese Unie. Recent klinisch onderzoek in Duitsland toont daarnaast aan dat blauwlichttherapie niet onderdoet voor UV-therapie bij de behandeling van eczeem. 

Innoveren vergt tijd, geld en aandacht

De weg naar de markt was niet eenvoudig voor Phlecs. Een belangrijk obstakel was het gebrek aan tijd en aandacht van de zorgprofessional. Aubert: “Ze zijn druk en hebben weinig tijd voor patiënten. Het is moeilijk om daar dan tussen te komen.”

Een tweede obstakel was de financiering. “Het is moeilijk om in Europa financiering voor elkaar te krijgen voor medtech-innovaties. In bijvoorbeeld de Verenigde Staten is het makkelijker omdat daar meer risico wordt genomen door investeerders.” Daarom kijkt Phlecs nu ook naar crowdfunding, zodat patiënten en zorgprofessionals mede-eigenaar kunnen worden van de oplossing. 

Lees ook: Tweede finalist Nationale Zorginnovatieprijs Ambyon ONE: ‘Werkplezier staat onder druk en daar moeten we iets mee’ 

Tips voor startende zorgondernemers

Met tot nu toe zes jaar Phlecs achter de rug, heeft Aubert twee concrete tips voor andere startende ondernemers in de zorg:  

  1. Vind de juiste artsen binnen ziekenhuizen die openstaan voor innovaties 
  2. Neem écht de tijd voor het praten met investeerders 

Geduld is een schone zaak in de wereld van medtech. “Klinische validatie, certificering, productie en introductie tot de markt vragen om doorzettingsvermogen.”

Blauwlichttherapie voor thuis

De blauwlichttherapie van Phlecs is vanwege de grootte op dit moment alleen geschikt voor gebruik in het ziekenhuis. De LED-lampjes maken het echter mogelijk om kleinere en uiteindelijk ook draagbare apparaten te ontwikkelen.

Daar ligt dan ook de ambitie voor Phlecs: “We zijn bezig met een product voor thuis dat veel kleiner is. Het idee is dat een patiënt voor twee weken een apparaat in huis krijgt, waarna een andere patiënt het ook kan gebruiken. We verwachten dat deze thuisvariant in 2028 op de markt komt.”


Over de Nationale Zorginnovatieprijs

In 2026 reikt Zorginnovatie.nl voor de elfde keer de Nationale Zorginnovatieprijs uit voor de meest vernieuwende zorginnovatie in de opschalingsfase. Deelnemers maken kans op de vakjuryprijs ter waarde van €10.000 en op de publieksprijs ter waarde van €5.000. Daarnaast krijgen ze begeleiding bij de verdere (door)ontwikkeling van hun innovatie.

Phlecs staat in de finale van de Nationale Zorginnovatieprijs 2026 tijdens het Health Valley Event op 12 maart 2026 in Nijmegen. De uitreiking van de nationale vakjuryprijs en publieksprijs is tijdens Zorg & ict op 15 april bij Jaarbeurs Utrecht. 

Auteur zonder afbeelding icoon